De Dalmatische Hond

Gezondheidsadviezen

Castratie

Bij teven wordt dit ook wel sterilisatie genoemd. Dat klinkt zoveel vriendelijker dan castratie. Feit is echter dat de eierstokken/eileiders verwijderd worden en soms zelfs ook de baarmoeder verwijderd wordt en dit een castratie is, geen sterilisatie.

Het castreren van reu of teef heeft grote gevolgen voor de gezondheid van de hond. Recent wetenschappelijk onderzoek (februari 2014) onder 2500 Vizsla’s heeft aangetoond dat castreerde teven 9 maal meer risico lopen op hemangiosarcomas (een zeer kwaadaardige vorm van kanker) dan niet gecastreerde teven, 3,5% meer kans hebben op mastceltumoren (een kwaadaardige tot zeer kwaadaardige vorm van huidkanker) en 4,3% meer kans hebben op lymfeklierkanker. Statistieken wijzen uit dat als we naar alle vormen van kanker kijken, de gecastreerde teven 6,5 keer meer kans lopen om kanker te krijgen dan niet gecastreerde teven en dat gecastreerde reuen 3,6 keer meer kans lopen op het krijgen van kanker dan gecastreerde reuen. Dit onderzoek toonde ook aan dat hoe jonger de hond gecastreerd werd, hoe jonger hij of zij gediagnosticeerd werd met kanker. Teven die pas na het 7de levensjaar gecastreerd worden, hebben een grotere kans om uitzonderlijk oud te worden dan teven die op jonge leeftijd gecastreerd worden.

Wetenschappelijk onderzoek bij Golden Retrievers heeft aangetoond dat reuen die voor de leeftijd van 12 maanden gecastreerd werden, 50% meer kans hebben op het ontwikkelen van heup dysplasie. Het castreren van de reu voor de leeftijd van 6 maanden verhoogd de kans op het ontwikkelen van heup dysplasie met 70%. Tevens zien we een verhoogde kans op het scheuren van kruisbanden, een verhoogde kans op verlies van botmassa en patella luxatie. De wetenschappelijke onderzoeken uitgevoerd bij de Golden Retriever liet ook een verhoogde kans zien op allerlei vormen van kanker, waaronder lymfeklierkanker, mastceltumoren en hemangiosarcomas.

Veel dierenartsen adviseren om teven te laten castreren om de kans op borstklierkanker te verkleinen. Het is wel goed om te weten dat bultjes in de melklijsten bij honden heel vaak goedaardig zijn. En met dat je de kans op borstklierkanker verkleint, vergroot je de kans op andere vormen van kanker….

Recente studies hebben ook aangetoond dat juist gecastreerde honden eerder gedragsproblemen ontwikkelen dan niet gecastreerde honden. Zo heeft men een toenemende angst voor storm, geluiden en verlatingsangst waargenomen en is een verhoogde prikkelbaarheid, agressie, hyperactiviteit en angst-bijten waargenomen. Dit allemaal in tegenstelling tot wat voor kort werd gedacht.

Het jong castreren van Dalmatiër reuen heeft nog andere zeer groot nadeel. Dalmatische Honden zijn behept met de aanmaak van uraatgruis. Als een reu jong gecastreerd wordt, zal zijn plasbuis niet voldoende zijn uitgegroeid en is het risico groter dat gruis en steentjes in de plasbuis vastlopen. Het is daarom zeer aan te bevelen om de reuen in ieder geval niet voor de leeftijd van 18 maanden te castreren.

Zonder medische indicatie zie ik eigenlijk geen reden tot het castreren van honden.

Parasieten

Vlooien en teken:

Helaas kunnen ook Dalmatische Honden last hebben van vlooien. En toch vind ik chemische vlooiengif geen optie om te gebruiken. In 2009 is er nog een schandaal geweest over het gebruik van spot-on producten, waarbij in 1 jaar tijd 44.000 klachten waren binnen gekomen over bijwerkingen, waaronder zelfs 600 doden. De bijwerkingen varieerde van milde huid irritaties tot epileptische aanvallen tot de dood. Ook het relatief nieuwe middel Bravecto is slecht in het nieuws gekomen. Wereldwijd zijn er inmiddels talloze honden na gebruik van dit middel overleden. De facebookgroep “Does Bravecto Kill Dogs” heeft vandaag de dag (augustus 2016) meer dan 20.000 leden… Ik vind het eigenlijk verbazingwekkend hoe makkelijk mensen insecticide op of in hun hond gooien en nog denken dat dit geen schadelijke gevolgen zal hebben. Om vlooien en teken te bestrijden maak ik gebruik van de vlooienkam. En het hele jaar door kam ik mijn honden iedere dag soms zelfs 2 keer per dag, in het tekenseizoen na de wandeling. Ik maak mijn honden minder aantrekkelijk voor vlooien met behulp van natuurlijke middelen zoals tee trea, neemolie, etc.

Wormen:

Om direct met de deur in huis te vallen: preventief ontwormen bestaat niet. Wanneer je je hond ontwormt zonder dat hij wormen heeft, wordt er geen worm gedood en  is je hond niet beschermt om niet volgende week een wormbesmetting op te lopen. Het advies om je hond vier maal per jaar met giftige middelen te behandelen, zonder te weten of hij daadwerkelijk wormen heeft, vind ik te idioot voor woorden! Ontwormingsmiddelen zijn chemisch, doden wormen en hebben wel degelijk een negatief effect op de gezondheid van de hond. Honden met een gezonde darmflora lopen overigens minder risico op een wormbesmetting dan honden met een slechte darmflora. Wat versterkt de darmflora? Rauwe verse voeding. Wat maakt een darmflora minder of zelfs slecht functionerend? Gebruik van antibiotica, stress, verkeerde voeding en ontwormingsmiddelen. Onjuist gebruik van ontwormingsmiddel vergroot ook de kans op wormresistentie. Ik raad iedereen aan van tijd tot tijd een mestonderzoek uit te laten voeren door bijvoorbeeld het laboratorium “Het Woud” http://www.wormbestrijding.nl/ en te stoppen met preventieve ontworming. Als er door het laboratorium wormeieren worden aangetroffen in de ontlasting, dan is er tijd genoeg om je hond te behandelen met worm-dodende middelen. Wormen zijn met het blote oog overigens vrijwel nooit zichtbaar (behalve soms bij een lintwormbesmetting). Naar de ontlasting kijken en denken “ik zie geen wormen” is dus niet goed genoeg. Laboratorium “Het Woud” controleert de ontlasting met de sedimentatie flotatie techniek en deze techniek werkt buitengewoon goed bij het opsporen van wormen. Ze gebruiken de Baermann methode om de Angiostrongylus Vasorum (de Franse Hartworm) op te sporen. Helaas komt deze hartworm tegenwoordig ook in Nederland voor. Vertoont je hond risico-gedrag (dat is vooral het eten van gras), is het beslist een goed idee om je hond ook te laten controleren op de Angiostrongylus Vasorum!

Vaccineren:

Gelukkig zijn er nauwelijks nog dierenartsen te vinden die van mening zijn dat een hond ieder jaar zijn cocktail enting moet hebben. Maar nog steeds vind ik dat onze honden worden over gevaccineerd, met alle schadelijke gevolgen van dien. Vaccinatieschade varieert van allergische reacties direct na de enting tot reacties die pas na weken of maanden na de enting tot uiting komen en variëren van milde allergische huidproblemen tot dramatische vormen van atopische dermatitis, diarree, epilepsie, kanker, gedragsveranderingen, schildklierproblemen, enzovoorts. Bij mijn pups bepaal ik middels een titerbepaling wanneer de maternale immuniteit (antistoffen van moeder) uit het bloed verdwenen zijn, daarna krijgen ze eenmalig een DHP enting (Distemper, HCC, Parvo), daarna laat ik opnieuw een titerbepaling uitvoeren om te kijken of de enting is aangeslagen en daarna worden ze tijdens hun volwassen leven niet meer voor deze 3 ziektes gevaccineerd. Het eerste jaar vaccineer ik de pups bij 16 en 19 weken met de Leptospirosis enting (ook wel de Weil enting genoemd) maar sinds deze bestaat uit 4 serovars in plaats van 2, heb ik besloten deze enting voorlopig niet meer te gebruiken en vertrouw ik op Leptospirosis nosodes. Rabies zou ik echt alleen geven wanneer je naar het buitenland moet en liever niet voor de leeftijd van 6 maanden. Para influenza en kennelhoest zijn beide geen dodelijke ziektes, waarvoor je in mijn ogen echt nooit zou moeten vaccineren. Ook niet omdat de mevrouw van de puppy cursus zegt dat het moet. Om de kans op vaccinatieschade te beperken, kun je het best voor zo weinig mogelijk ziektes tegelijkertijd vaccineren. Dus absoluut geen DHPPi + L + R (Distemper oftewel hondenziekte, HCC oftewel besmettelijke leverziekte, Parvo, Para Influenza, Leptospirosis en Rabies. Maar eerder eerst een DHP enting en een aantal weken erbij bijvoorbeeld de L enting en liefst maanden erna de R, indien noodzakelijk.

 

 

 

 

Huidproblemen

Bij de Dalmatische Hond zie je af en toe huidklachten. Die variëren van onschuldige rode plekjes of bultjes (vooral op het hoofd) in de zomer en najaar tot allergieën. Allergieën variëren van voedsel-allergieën tot atopische dermatitis. Ernstige huidproblemen zijn een zware belasting voor zowel hond als eigenaar. Sommige huidproblemen worden mogelijk veroorzaakt door genetische aanleg. Helaas is het tot op de dag van vandaag volstrekt onduidelijk welke genen (meer dan 1) verantwoordelijk zijn voor ziektes als atopische dermatitis. Huidproblemen kunnen echter ook ontstaan door verkeerde voeding, door stress, door over vaccineren, verkeerd gebruik van bestrijdingsmiddelen, enzovoorts.  Kortom, het is een ingewikkelde materie.

Een Dalmatische Hond met het zogenoemde “Dally Rash”:

In de regel zijn dit seizoensgebonden vlekjes en bultjes, waar de hond geen last van heeft.

 

 

Blaasgruis type uraat

Uraatgruis onder de microscoop:

Blaasgruis van het type uraat:

De Dalmatische hond onderscheidt zich niet alleen wat betreft zijn uiterlijk van andere hondenrassen. Ook de manier waarop zijn urinesysteem werkt, is uniek. Eigenlijk lijkt dat systeem in bepaalde opzichten meer op dat van de mens dan op dat van andere hondenrassen. De Dalmatische hond kan, doordat zijn urinesysteem anders werkt dan bij andere honden, blaasgruis/steentjes ontwikkelen van het type uraat.

Normaal gesproken, wanneer een hond purine binnen krijgt (via zijn voedsel – purine is een type eiwit), zal dit omgezet worden tot urinezuur. De meeste honden zetten daarna dat urinezuur om in ‘allantoïne’ (een afbraakproduct van urinezuur dat gemakkelijk oplosbaar is in water) door middel van een enzym dat de naam ‘uricase’ draagt. Dit enzym bevindt zich in de lever. Urinezuur dat niet direct wordt omgezet, wordt opgeslagen in de nieren. Daar zal het uiteindelijk alsnog omgezet worden in allantoïne. Urinezuur dat niet omgezet wordt in allantoïne, zet zich om in een bepaald soort zout dat we uraat noemen. Alle carnivoren maken het enzym ‘uricase’ aan en zetten urinezuur dus om in allantoïne. Bij de mens vindt er echter geen omzetting plaats van urinezuur naar allantoïne, omdat de lever van de mens geen ‘uricase-enzymen’ aanmaakt. Bij de mens kan urinezuur zich opslaan in de gewrichten. Dit noemen we dan jicht.

Bij de Dalmaat werkt het omzettingsproces van urinezuur naar allantoïne niet optimaal. Het eiwit purine wordt wel omgezet in urinezuur, maar het urinezuur wordt niet volledig omgezet tot allantoïne. Het is onduidelijk of het enzym ‘uricase’ bij de Dalmaat niet goed werkt, of dat er niet voldoende van dit enzym wordt aangemaakt. Het lijkt erop dat het enzym wel aanwezig is en zelfs actief is, maar dat het levertransport van uraten bij de Dalmaat vertraagd is. Dit is de oorzaak dat bij de Dalmaat maar 30% tot 40% van het urinezuur omgezet wordt in allantoïne, terwijl dit bij andere rassen 90% is. Bij de Dalmaat zal er in 24 uur tijd 400 tot 600 mg uraat worden uitgescheiden, terwijl dit bij andere rassen ongeveer 60 mg is. Op deze manier komt er dus urinezuur en uraatzout in de urine van de Dalmaat terecht.

Nu is natuurlijk de vraag waarom de ene Dalmaat problemen krijgt en de andere niet. Dat is afhankelijk van vele factoren. Om te beginnen krijgt niet iedere Dalmaat evenveel purine binnen. En dus komt er niet evenveel urinezuur en uraat in de urine terecht. Daarnaast drinkt de ene Dalmaat meer dan de andere, waardoor de urine sterk verdund raakt en de uraten nog probleemloos kunnen worden uitgeplast. Ook zitten er vele afvalstoffen in de urine (niet alleen uraat) en men vermoedt dat ook deze de uraatzouten kunnen beïnvloeden (dat wil zeggen: of ze zich wel of niet tot gruis/steentjes zullen vormen). Ook zal een Dalmaat die regelmatig wordt uitgelaten (iedere vier uur is optimaal) minder snel uraatgruis/stenen vormen omdat de uraten tijdig worden uitgeplast. Het lijkt er tevens sterk op dat er een genetische factor meespeelt. Mogelijkerwijs is het deze genetische factor die bepaalt of een Dalmaat slecht of minder slecht urinezuur kan omzetten in allantoïne. Iedere Dalmaat heeft overigens wel een probleem met de omzetting, maar er bestaat een mogelijkheid dat de genetische factor bepaalt of er iets meer of minder omzetting van urinezuur plaatsvindt. Dat zou eventueel een verklaring kunnen zijn voor het feit dat je in sommige lijnen vaker honden met uraatgruis/steentjes ziet dan in andere. Overigens is de hoeveelheid uitgescheiden uraatzouten even hoog bij Dalmaten die wel gruis/stenen vormen als bij Dalmaten die dat niet doen. En dit feit zou het meespelen van eventuele genetische factoren -of een hond wel of niet uraatgruis/stenen vormt- weer tegenspreken. En zo zullen er nog wel meer nog onbekende factoren zijn die ervoor zorgen dat de ene Dalmaat wel problemen krijgt met blaasgruis/stenen en de andere niet.

Men zegt dat reuen vaker last hebben van uraatgruis dan teven. Aangezien er totaal geen aanwijzingen zijn dat een teef beter in staat zou zijn dan een reu om urinezuur om te zetten, concludeer ik dat beide evenveel kans hebben uraatgruis/steentjes te ontwikkelen. Maar doordat een reu smallere urineleiders heeft, kan er er bij de reu sneller een steentje in de urineleiders vastlopen. De urineleiders van de teef zijn breder, waardoor eventueel gruis/steentjes nog uitgeplast kunnen worden. Overigens hebben reuen die op jonge leeftijd gecastreerd zijn nog smallere (onderontwikkelde) urineleiders dan ongecastreerde reuen.

De zuurgraad (pH-waarde) van de urine als indicator voor mogelijke problemen:

Urine wordt zuurder door het gebruik van bepaalde voedingsmiddelen. Niet het eiwitgehalte van de voeding is van belang, maar de hoeveelheid purine die in de voeding zit. Helaas wordt het purinegehalte niet op de verpakking van hondenvoer vermeld. Maar het is dus zinloos om een Dalmaat een dieet voor te schrijven met een laag eiwitgehalte, omdat eiwit op zich niets zegt over het purinegehalte. De beste voeding voor de Dalmaat bestaat uit een vochtrijke voeding die een laag tot gemiddeld gehalte aan purine bevat. Met voedingsmiddelen waar veel purine in zit, zou een Dalmatenbezitter dus voorzichtig moeten omgaan . Want doordat er geen omzetting plaats vindt van urinezuur naar allantoïne, komt het urinezuur (plus uraatzout) in de urine terecht. Zure urine heeft een nadeel: door zure urine slaan de uraten sneller neer en kunnen ze samenklonteren en zich tot gruis/steentjes vormen. Met alle gevolgen vandien. Het is daarom belangrijk om de zuurgraad van de urine af en toe te meten. Zeker bij de reu.

De perfecte pH-waarde van de urine voor een Dalmaat ligt tussen de 6.5 en 7.0. Overigens lijken deze verschillen in pH-waarde zeer klein, maar dit is niet het geval. De pH-schaal is niet lineair maar logaritmisch. Dit betekent dat bij een pH 6 er tien maal zo veel waterstofionen in oplossing zijn als bij een pH 7.
Wanneer de pH-waarde aangeeft dat de urine te zuur is (zuur = beneden 7.0), dan is dat een indicatie dat u bijvoorbeeld minder purinerijke voeding moet voeren, de hond meer moet laten drinken, hem desnoods wat karnemelk moet geven (dat vinden ze lekker en karnemelk bevat geen purine en zo spoelt de hond lekker door) en hem beter wat vaker uit kunt laten. En het is tevens een indicatie dat u de hond even in de gaten moet blijven houden. Want als de hond (dit gebeurt dus eerder bij reuen) ineens niet meer kan plassen, dient u met spoed naar de dierenarts te gaan! Dit duidt namelijk op een geblokkeerde urineleider en een hond kan daaraan overlijden. De pH-waarde is dus een goede indicatie van hoe uw Dalmaat ervoor staat. Hoewel een zure urine dus niet direct zegt dat zich problematisch uraatgruis/steen gevormd heeft. Het is wel altijd verstandig om de pH-waarde even te blijven monitoren wanneer deze afwijkend is van wat we graag zien. Het is ook verstandig om de pH-waarde een paar maal te controleren wanneer u overstapt op een andere voeding.

De pH-waarde van de urine fluctueert echter. Het is dus heel goed mogelijk om in de ochtend een pH-waarde van 6.3 te meten en in de avond een pH-waarde van 7.0. Dit heeft alles te maken met de factoren die hiervoor al beschreven zijn, waarom de ene Dalmaat gruis/stenen ontwikkelt en de andere niet. Als uw Dalmaat bijvoorbeeld een dag te weinig gedronken heeft, dan zult u de volgende dag naar alle waarschijnlijkheid een zuurdere pH-waarde meten. Als uw Dalmaat een avondmaaltijd heeft gegeten die orgaanvlees bevat, dan zult u de volgende ochtend naar alle waarschijnlijkheid ook een zuurdere pH-waarde meten.

Wanneer de pH-waarde aangeeft dat de urine te alkalisch is (alkalisch = boven 7.0. Een pH van 7.0 = neutraal), dan is dat mogelijk een indicatie voor struvietgruis en/of blaasontsteking. Als er klachten zijn die lijken op blaasontsteking, ga dan even naar de dierenarts. Laat de dierenarts de pH-waarde meten en de urine controleren op bacteriën en gruis.

Hoe herken je uraatgruis/steenproblemen bij de Dalmatische hond?

Zoals al eerder beschreven, kan een Dalmaat uraatkristallen in zijn/haar urine hebben zonder dat er sprake is van uraatgruis/steen problemen.
Bij de reu worden problemen opgemerkt doordat hij in de plashouding staat, er urine uit wil persen maar er niet tot nauwelijks urine uit komt. Wanneer u dit bemerkt, moet u direct naar de dierenarts. Deze zal door middel van het inbrengen van een catheter (dit kan vaak zonder narcose of verdoving) het steentje eruit spoelen. Als dat niet mogelijk is, dan zal het steentje terug in de blaas gespoeld moeten worden. Deze behandeling moet soms meerdere keren herhaald worden. Het is in ieder geval van het grootste belang dat de obstructie verwijderd wordt.

Bij de teef worden problemen opgemerkt doordat zij blaasontstekingachtige klachten heeft. Ze wil veelvuldig plassen en perst soms, zonder dat er veel urine uit komt. Ook kan het zijn dat zij veelvuldig aan de vulva likt. Het gebeurt bij teefjes regelmatig dat plotseling de obstructie wordt uitgeplast (dat door het persen het steentje ‘doorschiet’) en de urine weer normaal doorstroomt. Wanneer dit niet vrij direct gebeurt, zijn de bovenste symptomen ook een reden om direct naar de dierenarts te gaan (en zoals al eerder uitgelegd kan een Dalmaat ook blaasonsteking hebben. De dierenarts zal de pH-waarde meten om een eerste indicatie te krijgen of het om een uraatgruis/steenobstructie gaat of om een blaasontsteking).

Behandelwijze van blaasgruis/stenen:

Wanneer een Dalmaat problemen heeft met zijn urine(systeem), dan zal de dierenarts een paar stappen moeten nemen. De dierenarts zal altijd de pH-waarde van de urine moeten opmeten. De urine zal ook onder de microscoop bekeken moeten worden om te kijken of er gruis in zit en zo ja, van welk type.

Wanneer er blaasgruis van het type struviet wordt aangetroffen, dan zal de dierenarts uw hond een dieet voorschrijven dat de urine aanzuurt. Wanneer er ook een bacterie wordt aangetroffen, zal de dierenarts waarschijnlijk ook een antibioticakuur voorschrijven. Ook in dit geval is het goed de urine aan te zuren, omdat bacteriën niet overleven in een zuur millieu. Ook een Dalmaat kan last hebben van een te alkalische urine. Dit komt niet vaak voor, maar het is goed mogelijk dat de Dalmaat een blaasontsteking oploopt. De bacteriën zullen de urine alkalisch maken en in deze alkalische urine kan zich struvietgruis vormen.

Wanneer uw hond klachten heeft (met plassen) en uzelf of de dierenarts een pH-waarde meet die rond of beneden 6.0 is en er worden blaasgruis/steentjes aangetroffen, dan zullen deze van het type uraat zijn. De dierenarts zal, afhankelijk van de ernst van de problemen, medicijnen (allopurinol) voorschrijven en een dieet voorschrijven met een laag purinegehalte. Meestal wordt gekozen voor bijvoorbeeld de brokken van Hill’s U/D. Ook zal de dierenarts de eigenaar vertellen dat de hond goed moet drinken en veelvuldig uitgelaten moet worden.

Zoals u kunt zien is de behandeling van de problemen bij uraatgruis en struvietgruis precies tegenovergesteld. Wanneer een Dalmaat lijdt aan uraatgruis/stenen, dan kan het aanzuren van de urine door middel van bijvoorbeeld vitamine C of verzurende brokken leiden tot nog ernstigere problemen. Het is daarom altijd goed om te onthouden dat de Dalmaat aan deze uraatgruis/steentjes kan lijden en dus een specifieke behandeling dient te krijgen! Een ezelsbruggetje om u te helpen onthouden dat een Dalmaat aan uraatgruis kan lijden is dat Dalmaat en Uraat rijmt.

 En zo zien uraat stenen eruit:

Dalmatische Hond Backcross Project:

In 1973 is er in Amerika een project gestart door Dr. Robert Schaible waarbij hij een AKC (American Kennel Club) geregistreerde Pointer reu heeft gekruist met een AKC geregistreerde Dalmatier teef, met als doel het defecte ‘urinezuur metabolisme gen’ te repareren. Dit project loopt tot op de dag van vandaag. Er zijn diverse nakomelingen van dit outcross project naar Europa gehaald en inmiddels wordt er door een diverse Engelse, Franse en Duitse fokkers gefokt met honden uit dit backcross project. De nakomelingen van het backcross project worden nu ook in Europa gekruist met de zogenaamde raszuivere Europese Dalmatische Honden en waarbij een aantal van deze pups het Low Uric Acid gen dragen (LUA – het gen voor het niet vormen van uraatgruis).

Alle LUA nakomelingen zijn hetrozygoot voor dit LUA gen. Ze dragen dus 1 copy van het normale urinezuur gen [U] en ze dragen 1 copy van het recessieve gen [u]. Hun genotype is [Uu] en hun fenotype is dat zij een normaal urine metabolisme hebben, wat we “Low Uric Acid” (LUA) noemen en wat in de praktijk inhoud dat zij geen uraatgruis in de urine hebben. Alle eerder bij de Kennel Club geregistreerde Dalmatische honden (de zogenaamde ‘raszuivere’ Dalmatische Honden) zijn homozygoot recessief oftewel, ze hebben twee copieen van het recessieve gen [u], wat hen het genotype [uu] geeft en het fenotype “High Uric Acid” (HUA) geeft en wat in de praktijk inhoud dat zij uraatgruis in hun urine hebben. Wanneer je dus een LUA nakomeling [Uu] kruist met een HUA Dalmatische Hond [uu] zullen in theorie de helft van de pups [Uu] zijn en de andere helft [uu]. Op dit moment zijn er maar een paar Dalmatische Honden die [UU] zijn en dus twee copieen van het normale urinezuur metabolisme gen hebben. We hopen dat er meer van deze [UU] geboren zullen gaan worden wanneer we meer LUA met LUA nakomelingen kunnen gaan kruisen [Uu] x [Uu]. 

Fenotype: waarneembare kenmerken. Genotype: verzamelingen genen van het individu. Met andere woorden, een Dalmatische Hond met het fenotype LUA of [Uu] maakt geen uraatgruis meer aan.

Ik hoop in de toekomst ook mee te gaan participeren in dit project. Het volgende nestje (Siamsa B of C nestje) zal ik een reu gaan selecteren die van het Uu fenotype is en dus geen uraatgruis meer aanmaakt! Ongeveer 50% van de puppy’s die uit deze combinatie geboren zullen worden, zullen geen uraatgruis meer aanmaken. Zodra ik meer informatie heb over mijn toekomstplannen, zal ik daar een apart hoofdstuk aan wijden op deze website.    


Rechts normale urine van een LUA [Uu] Dalmaat, links urine met uraatgruis van een HUA [uu] Dalmaat.

De website over het LUA project, klik hier.

Doofheid

Bij de Dalmatische Hond komt erfelijke doofheid voor. Deze wordt cochleaire doofheid genoemd en houdt in dat er een degeneratie op kan treden in het orgaan van Corti, enkele dagen na de geboorte van de pup. De Corti is een groep zintuigcellen in het slakkenhuis. Aangezien deze vorm van doofheid erfelijk is, zal een eenzijdig horende of dove hond meer eenzijdig dove of dove nakomelingen geven. Vandaar dat wij een buitengewoon groot belang hechten aan de BAER test (Brainstem Auditory Evoke Response test). Binnen de rasvereniging (Nederlandse Club voor Dalmatische Honden) heeft men als doel gesteld de doofheid terug te dringen. Men heeft afgesproken dat er niet meer met eenzijdig dove honden mag worden gefokt. En tevens is het verplicht alle puppy’s een BAER test te laten ondergaan. Deze BAER test is een officiële procedure die in Nederland slechts uitgevoerd wordt door drie dierenartsen. Wanneer u een Dalmatische Hond aanschaft, moet u dus een officieel certificaat van de Raad van Beheer nagezonden krijgen.

 

Geheel horende Dalmatierpups en eenzijdighorende Dalmatierspups krijgen een certificaat waar op staat BAER +/+ (beide oren horend) of BAER -/+ (aan 1 oor horend). Een Dalmatierpup dat met 1 oor kan horen, hoort altijd nog vele malen beter dan een mens. Zij zijn dus uitstekende huishonden, er mag alleen niet mee gefokt worden omdat de fokkers van de Dalmatische Hond de doofheid terug willen dringen. Maar het neemt niet weg dat een eenzijdig horende pup/hond een net zo goede huisgenoot vormt als een tweezijdig horende pup/hond!

Geheel dove pups (BAER -/-) worden in de regel ingeslapen omdat doofheid een ernstige handicap is en een fijne toekomst voor zo’n hondje nauwelijks gewaarborgd kan worden.

Over de Dalmatische Hond

 

 

De Dalmatische Hond is een middelgrote, sterke en actieve hond. Hij maakt graag iedere dag lange wandelingen, hij vindt fietsen heerlijk en draait zijn poot niet om voor de diverse hondensporten zoals flyball en behendigheid. Het is een hond die graag deel uit maakt van het gezin. Dat maakt hem direct ongeschikt om hele dagen alleen thuis te zitten of zijn leven in een kennel te slijten. Hij spendeert graag zoveel mogelijk tijd in de buurt van zijn baasjes. De Dalmatische Hond is in de regel dol op kinderen. Doordat ze sterk en onstuimig zijn, moet de relatie tussen hond en kind wel goed in de gaten gehouden worden.

Omdat de hond behoorlijk intelligent en leergierig is, valt er van hem met geduld, liefde en humor een goed gehoorzame hond te maken. Houd je van honden die perfect gehoorzamen, altijd en overal, dan zou ik je aan willen raden nog een keer goed na te denken voor je een Dalmaat aanschaft! Naast dat de hond intelligent en leergierig is, zijn ze ook best eigenwijs en snel verveeld, dus trainen en spel moeten afgewisseld worden en spannend worden gehouden. Daarnaast zijn Dalmatische Honden ook heel gevoelige honden en een harde behandeling keert zich zeer beslist tegen je.

Het is een hond die vrij van agressie of nervositeit hoort te zijn. Maar, wanneer hij te weinig beweging, uitdaging en leiding krijgt, kan hij zich ontpoppen tot een drukke ja zelfs vervelende hond. Het is belangrijk dat je veel met de hond onderneemt en dat je de leiding over de hond houdt. Zeker de reu heeft een strakke hand in een fluwelen handschoen nodig.  Reuen kunnen zich tegen sexe-genoten onverdraagzaam gedragen en het is zaak dit vanaf de leeftijd van 7 maanden in goede banen te leiden. En op voorhand (vroeg) laten castreren is in de meeste gevallen geen oplossing en komt al helemaal niet in de plaats van een goede opvoeding.

Al met al is de Dalmatische Hond een zeer energieke, vrolijke, gezellige, enthousiaste, sportieve hond die het liefst de hele dag om je heen leeft en dicht bij je in de buurt blijft. Hij maakt echt deel uit van het gezin.

Schaf alleen een Dalmatische Hond aan wanneer je zin en tijd hebt om lekker met hem op pad te gaan en veel met hem bezig te zijn. Drie keer per dag een rondje rond het huis is absoluut onvoldoende. Hij heeft het nodig om minimaal 1 uur per dag los van de riem of aan de fiets zijn energie kwijt te raken. En houdt er rekening mee dat de Dalmatische Hond tot op hoge leeftijd behoefte heeft aan voldoende beweging en uitdaging.

Dalmatische Honden zijn behoorlijk waaks en kondigen bezoek met geblaf aan. Men vergeet wel eens dat de hond van oorsprong werd gebruikt om de paardenstallen en de koets te bewaken dus van nature heeft de hond een redelijke dosis drang om te waken. Bekende en ‘goed volk’ kunnen echter altijd rekenen op een uitbundige begroeting.

Leer een Dalmatische Hond direct netjes aan de lijn te lopen. Want, hij is een sterke hond en wanneer hij dit niet direct van jongs af aan leert, neemt hij je letterlijk mee op sleeptouw.

De Dalmatische Hond heeft een zeer korte witte vacht (met bruine of zwarte spikkels) en ze verharen 2 maal per jaar, 6 maanden in het voorjaar en 6 maanden in het najaar. Ben je iemand die graag in nette en/of zwarte kleding rondloopt (zonder haartjes), bedenk je dan dat de haartjes van de Dalmaat overal in steken en lastig te verwijderen zijn.